digitale adaptieve leermiddelen tourOefenweb is in de maanden maart, april en mei aanwezig tijdens de Digitale Adaptieve Leermiddelen Tour van onderwijsadviesbureau O21.

Op de tourdagen worden de mogelijkheden, beperkingen en verschillen tussen diverse digitale adaptieve leermiddelen besproken. De producten van Oefenweb komen hierbij ook uitgebreid aan bod. Wij zijn op de volgende data aanwezig met een informatiestand:

 

Informatie over de data, prijzen en aanmelden vindt u op de website van O21.

Op donderdag 7 juli hebben we onze eerste Oefenweb Kidsochtend gehouden. Groep 6 van OBS IJplein in Amsterdam kwam bij ons op bezoek, samen met meester Frank en juf Jenny. We hebben de kinderen gevraagd om zelf iets over hun bezoek aan Oefenweb te schrijven. Het verslag van de dag is samengesteld uit stukjes tekst van verschillende kinderen.

“Donderdag 7 juli gingen we naar het gebouw van Oefenweb. We gingen kijken hoe ze Rekentuin en Taalzee, Words&Birds progammeren enzovoort. We gingen 8:30 vertrekken (lopend). Toen de pont kwam gingen we op het voordek staan kletsen. Na de pont gingen we een eind lopen naar Rapenburgstraat nummer 109.”
– Meron

“Na ongeveer 30 minuten waren we er. We waren ontvangen door een man, we kwamen precies op tijd. Toen we binnen kwamen kregen we limonade en een appel. Een man ging ons uitleggen wat we gingen doen. Toen mochten we met 3 muntjes beoordelen wat we het beste idee vonden. Er waren 10 blaadjes met ideeën hoe ze taalzee, rekentuin en Words&Birds het beste konden verbeteren en leuker konden maken.”
– Youssra

“We hadden ook plakband en we mochten op een tekst plakken wat je een goed idee vindt. Ik plakte op: Je kunt online met iemand rekenen (multiplayer), je kunt een eigen avatar maken en als je iets gedaan hebt kun je prijzen krijgen (achievements).”
– Mshtaba

“We hebben vragen gesteld over Rekentuin, Taalzee en Words&Birds.”
– Faical

“Na al die uitleg gingen we echt aan het werk. We mochten inloggen op Rekentuin of Taalzee en je moest laten zien wat je het leukst/stomst vond en je mocht zelf ook vragen stellen. De klas kreeg daarna even 5 minuten pauze. Met een koekje en wat limonade in de hand vroeg juffrouw wat we het leukste vonden. Na die pauze kregen we een rondleiding en mochten we aan iedereen vragen wat hij/zij doet. Zo hebben we bijna iedereen ontmoet.”
– Sara

“En toen dat afgelopen was kregen we les van programmeren.”
– Mohamed

“Meester Frank werd een robot … nee niet een echte! We mochten hem als een robot behandelen we hadden een blad met functies op tafel liggen. We moesten zeggen hoe hij een broodje moest smeren maar dus met functies. Het was heel leuk, maar hij at het broodje niet op. Na al dat werken kregen we ook dingetjes mee zoals sleutelhangers van de vis van Taalzee en een kikker van Rekentuin, een usbstickarmband en posters. Daarna moesten we terug lopen naar huis.””
– Jerry


“Leuk!!!”
– Adel-Karim

“Ik zelf vond het een leuke dag en ik vond niks saai.”
– Meron

“Het was leuk.”
– Mshtaba

“Ik vond het MEGA LEUK! Ik heb meer geleerd over programmeren, Rekentuin, Taalzee en Words&Birds. Het allerleukste vond ik dat er ook werd gevraagd wat wij vonden van Rekentuin, Taalzee en Words&Birds.”
– Sara

“Ik vond het een super super super leuke dag.”
– Youssra

Dit doen wij met onze Oefenwebdata

Vorige maand hebben we in de reeks ‘Oefenweb, Onderzoek en Onderwijs’ met het artikel Adaptief, maar dan anders uitgelegd wat ons adaptief systeem zo uniek maakt. Deze maand vertellen we u meer over onze link met onderzoek en de wetenschap. Maar ook wat Oefenweb kan betekenen voor het onderwijs.

Oefenweb, voor en door onderzoek
Oefenweb en haar producten zijn ontstaan vanuit wetenschappelijk onderzoek. Rekentuin is oorspronkelijk ontwikkeld door wetenschappers om meer inzicht te krijgen in de rekenontwikkeling van kinderen. Rekentuin sloeg aan, scholen wilden ermee blijven werken, dus de Universiteit van Amsterdam (UvA) richtte Oefenweb op, als een spin-off van de UvA. Oefenweb heeft als doel online leeromgevingen te ontwikkelen voor adaptief onderwijs waarbij onderwijs en onderzoek hand in hand gaan.

Zo werken we binnen Oefenweb nog altijd nauw samen met verschillende wetenschappers, die met onze anonieme data onderzoek doen naar de leerontwikkeling van kinderen. Hier zijn inmiddels vele wetenschappelijke publicaties uit voortgekomen. Andersom gebruiken we continu nieuwe inzichten uit de wetenschap om ons adaptieve systeem te optimaliseren. In deze blog vertellen we over enkele gepubliceerde onderzoeken en wat deze kennis betekent voor het onderwijs. Ook leggen we uit hoe onderzoek helpt bij het optimaliseren van onze programma’s.

Conclusies uit gepubliceerde artikelen met Oefenwebdata
1. Betere rekenaars gebruiken in het spel Rekenvolgorde niet altijd de juiste regels.
Onderzoekers deden met behulp van anonieme data uit Rekentuin onderzoek naar het gebruik van rekenregels. Door te bekijken welke regels gebruikt worden bij het oplossen van samengestelde sommen (bijv. 2 + 5 x 4) zagen ze dat gevorderde rekenvaardigheid niet enkel is gebaseerd op het volgen van rekenregels, maar ook op het zo snel en efficiënt mogelijk oplossen van een som. Ervaring blijkt daarmee ook vaak te leiden tot het minder streng volgen van rekenregels, waardoor de rekenvolgorde soms onjuist wordt bepaald. Zo kan in ons Rekentuinspel de som 2+5 x 4 bijvoorbeeld fout beantwoord worden door betere rekenaars omdat ze een strategie gebruiken waarbij ze eerst altijd het makkelijkste deel van de som oplossen en dat is 2+5. Dit kan in sommige gevallen een efficiënte strategie zijn, maar in dit geval gaat het tegen de voorrangsregel in en wordt de som dus fout beantwoord. Als een kind zich ontwikkelt in rekenen, kan hij/zij daarom nieuwe type fouten maken. Kortom, fouten horen erbij en zijn onderdeel van de rekenontwikkeling van kinderen, en dus niet altijd een teken van zwakke rekenaars.

2. Leren typen vereist motorische en cognitieve vaardigheden
Onderzoekers van de Universiteit Twente en de Universiteit van Amsterdam deden onderzoek naar de ontwikkeling van typevaardigheid van kinderen. Ze lieten zien dat er twee soorten vaardigheden nodig zijn om te leren typen en dat deze vaardigheden zich apart van elkaar ontwikkelen. De motorische vaardigheid, verantwoordelijk voor de associatie tussen toetsen en vingerbewegingen, ligt aan de basis van typevaardigheid. De cognitieve vaardigheid waarmee de associaties tussen woorden en letters worden gemaakt, is nodig om beter en sneller te kunnen typen. Uit dit onderzoek blijkt dat kinderen de motorische vaardigheid eerder onder de knie hebben dan de vereiste cognitieve vaardigheid voor het leren typen. Dankzij de data van Typetuin zijn deze resultaten voor het eerst aangetoond.

3. Subitizeren kan helpen bij het verwerven van inzicht in rekenen
Als je op een tafel drie boeken ziet liggen, kun je vrijwel direct (“subiet”) bepalen hoeveel het er zijn. Je hoeft de boeken hiervoor niet één voor één te tellen. Dit direct bepalen van hoeveel je van iets ziet, heet subitizeren. Met behulp van het spelletje Tellen in Rekentuin is onderzocht of kinderen subitizeren, of dit subitizeren is aangeboren en hoe het precies werkt. Uit het onderzoek blijkt dat kinderen subitizeren bij het bepalen van de hoeveelheid bij kleine aantallen, maar ook bij wat grotere aantallen, mits deze in bekende patronen staan, zoals de manier waarop de vijf stippen op de dobbelsteen staan afgebeeld. In het onderzoek lijken oudere kinderen depatronen beter te herkennen dan jongere kinderen, wat impliceert dat het systeem niet aangeboren zou zijn. oefenwebdata De onderzoekers denken daarom dat subitizeren vooral met patroonherkenning te maken heeft. Het herkennen van patronen kun je oefenen, zoals schakers patronen van opstellingen kunnen leren herkennen.Het gebruiken van bekende patronen als illustratie bij rekensommen, kan kinderen mogelijk helpen in het verwerven van inzicht in het rekenen.

Hoe helpt onderzoek bij het optimaliseren van onze producten?
Bij Oefenweb zijn we continu bezig onze producten te optimaliseren. Dit begint altijd met een idee waarvan we verwachten dat het kinderen helpt optimaal te leren. We werken dit idee grondig uit en gaan in de testfase onderzoeken of het idee ook echt tot verbetering leidt. Tijdens de testfase selecteren we willekeurig een groep spelers die het nieuwe idee als eerste uitprobeert. Op deze manier gaan we na na of deze spelers inderdaad effectiever en met meer plezier oefenen. Als blijkt dat dat zo is, dan maken we de nieuwe functionaliteit natuurlijk zo snel mogelijk beschikbaar voor alle spelers. Als we (nog) niet tevreden zijn, dan passen we het idee aan of stoppen we ermee en beginnen we weer van voren af aan met iets nieuws.

Zo kunnen we op wetenschappelijke wijze nagaan of onze ideeën daadwerkelijk leiden tot leuker en effectiever oefenen. Zodoende leiden deze tests niet alleen tot meer kennis over het oefenproces van kinderen in het algemeen, maar ook tot een betere en effectievere werking van onze oefenprogramma’s. Onlangs hebben we op kleine schaal bijvoorbeeld onderzocht wat het effect is van de aflopende muntjes op het speelgedrag van de kinderen. Uit dit eerste onderzoek blijkt dat een meerderheid van de kinderen geen moeite heeft met de muntjes in beeld.

Uiteraard blijven we u informeren over de onderzoeken die we uitvoeren ter optimalisatie van onze producten. Helaas is het niet in alle gevallen eenvoudig een idee te testen. In dat geval maken we graag gebruik van uw expertise. Zo organiseren we woensdagmiddag 20 april een gebruikersbijeenkomst bij ons op kantoor in Amsterdam. Tijdens deze middag leggen we enkele ideeën en overwegingen aan u voor en ontvangen we graag uw reactie.

Non-formal mechanisms in mathematical cognitive development: The case of arithmetic
D.W. Braithwaite, R.L. Goldstone, H.L.J. van der Maas, & D.H. Landy (2016)

Vindt de ontwikkeling van rekenvaardigheid middels een plotselinge verschuiving richting abstract denken plaats of als een geleidelijke toename in vaardigheid met leeftijd? Om dit te achterhalen keken onderzoekers naar de anonieme data van ruim 50.000 Nederlandse kinderen die in Rekentuin de samengestelde sommen oefenen in het spel Rekenvolgorde. Samengestelde sommen zijn sommen met meerdere bewerkingen, zoals 2 + 5 x 4. De regels die kinderen gebruikten bij het oplossen van deze sommen gaf de onderzoekers meer informatie over de rekenontwikkeling.

Gebruikte rekenregels geven inzicht in rekenontwikkeling

Het gebruik van rekenregels bij samengestelde sommen geeft antwoord op de vraag of de rekenontwikkeling middels een verschuiving of als een geleidelijke toename plaatsvindt. Zo verwachten onderzoeker dat wanneer er sprake zou zijn van een verschuiving naar abstract denken, dit te zien zal zijn aan het gebruik van de formele rekenregels. Dit zijn regels zoals de voorrangsregels voor rekenkundige bewerkingen (haakjes, machten, vermenigvuldiging, optellen etc.) (Jansen, Marriott, & Yelland, 2003; Schneider, Maruyama, Dehaene, & Sigman, 2012).

Als verbeterde rekenvaardigheid niet door een verschuiving naar abstract denken wordt veroorzaakt, maar geleidelijk toeneemt met tijd en ervaring, zal je dit zien aan het toegenomen (onjuist) gebruik van niet-formele regels in plaats van van formele regels om de rekenvolgorde te bepalen. Er zijn twee niet-formele regels. Ten eerste kan iemand kijken welke delen van de som fysiek dichtbij elkaar staan, om vervolgens dat deel eerst op te lossen (Jansen, et al., 2003; Schneider, et al., 2012). Ten tweede kan iemand besluiten het gemakkelijkste deel van de som eerst op te lossen (Linchevski and Livneh 1999; Herscovics & Linchevski, 1994).

rekenregels

Kinderen in de hogere groepen gebruikten vaker niet-formele rekenregels
Het onderzoek toont aan dat niet-formele regels worden gebruikt bij het bepalen van de rekenvolgorde van samengestelde sommen. Een kleinere afstand tussen de bewerking en getallen van een deel van de som zorgde ervoor dat dit deel vaker eerst werd opgelost. Daarnaast bleken gemakkelijke delen van de sommen regelmatig eerst gemaakt te worden. Deze niet-formele regels werden ook gebruikt wanneer dit tegen de formele rekenregels voor rekenvolgorde inging.

Het (onterecht) gebruik van deze niet-formele regels wordt vooral gezien bij kinderen in hogere groepen. Dit suggereert dat het gebruik toeneemt met leeftijd en ervaring. Gevorderde rekenvaardigheid is dus niet enkel gebaseerd op het volgen van rekenregels, maar ook op het zo snel en efficiënt mogelijk oplossen van de som. Iemand zou dan de keuze maken om een simpele deelsom eerst op te lossen in plaats van formele rekenregels te volgen omdat hij/zij denk dat dit sneller zal gaan.

De ontwikkeling van rekenvaardigheid lijkt geleidelijk toe te nemen met leeftijd
En wat betekent deze toename van niet-formele regels met leeftijd en ervaring? Dat het bepalen van de rekenvolgorde in bijvoorbeeld het rekenvolgordespel in Rekentuin niet altijd beter en consistenter gebeurt. Ervaring leidt ook tot het minder streng volgen van formele rekenregels wat soms leidt tot een fout antwoord. Deze bevinding met behulp van data uit Rekentuin toont een geleidelijke toename in de ontwikkeling van rekenvaardigheid aan.


Literatuur

Bulloch, M. J., & Opfer, J. E. (2009). What makes relational reasoning smart? Revisiting the perceptual-to-relational shift in the development of generalization. Developmental Science, 12(1), 114–122.

Brissiaud, R., & Sander, E. (2010). Arithmetic word problem solving: A situation strategy first framework. Developmental Science, 13(1), 92–107.

Gentner, D. (1988). Metaphor as structure mapping: The relational shift. Child Development, 59, 47–59.

Gentner, D. (2003). Why we’re so smart. In D. Gentner & S. Goldin-Meadow (Eds.) Language in mind: Advances in the study of language and thought (pp. 195–235). Cambridge, MA: MIT Press.

Gentner, D., & Toupin, C. (1986). Systematicity and surface similarity in the development of analogy. Cognitive Science, 10(3), 277–300.

Herscovics, N., & Linchevski, L. (1994). A cognitive gap between arithmetic and algebra. Educational Studies in Mathematics, 27, 59–78.

Jansen, A. R., Marriott, K., & Yelland, G. W. (2003). Comprehension of algebraic expressions by experienced users of mathematics. The Quarterly Journal of Experimental Psychology, 56A(1), 3–30.

Keil, F. C. (1989). Concepts, kinds, and conceptual development. Cambridge, MA: MIT Press.

Keil, F. C., & Batterman, N. (1984). A characteristic-to-defining shift in the development of word meaning. Journal of Verbal Learning and Verbal Behavior, 23(2), 221–236.

Keil, F. C., Smith, W. C., Simons, D. J., & Levin, D. T. (1998). Two dogmas of conceptual empiricism: Implications for hybrid models of the structure of knowledge. Cognition, 65(2–3), 103–135.

Linchevski, L., & Livneh, D. (1999). Structure sense: The relationship between algebraic and numerical contexts. Educational Studies in Mathematics, 40, 173–196.

Miller, K., Perlmutter, M., & Keating, D. (1984). Cognitive arithmetic: Comparison of operations. Journal of Experimental Psychology: Learning, Memory, and Cognition, 10(1), 46–60.

Moore, A. M., & Ashcraft, M. H. (2015). Children’s mathematical performance: Five cognitive tasks across five grades. Journal of Experimental Child Psychology, 135, 1–24.

Piaget, J. (1952). The origins of intelligence in children. New York, NY: WW Norton & Co.

Rattermann, M. J., & Gentner, D. (1998). More evidence for a relational shift in the development of analogy: Children’s performance on a causal-mapping task. 54 D.W. Braithwaite et al. Cognition 149 (2016) 40–55 Cognitive Development, 13(4), 453–478 MIT Press.

Schneider, E., Maruyama, M., Dehaene, S., & Sigman, M. (2012). Eye gaze reveals a fast, parallel extraction of the syntax of arithmetic formulas. Cognition, 125(3), 475–490.

Shrager, J., & Siegler, R. S. (1998). SCADS: A model of children’s strategy choices and strategy discoveries. Psychological Science, 9(5), 405–410.

Siegler, R. S., & Stern, E. (1998). Conscious and unconscious strategy discoveries: A microgenetic analysis. Journal of Experimental Psychology: General, 127(4), 377–397. Vygotsky, L. S. (1962). Thought and language. Cambridge, MA: MIT Press.

Interactieve gebruikersmiddag

Bent u gebruiker van een Oefenwebproduct en wilt u hier uw mening over geven? Of wilt u eens kennismaken met het Oefenwebteam en een kijkje in onze keuken nemen? Kom dan woensdagmiddag 20 april naar ons kantoor in Amsterdam. Wij organiseren een gebruikersmiddag voor leerkrachten en intern begeleiders uit het basisonderwijs.

Datum: woensdag 20 aprilgebruikersmiddag
Tijd: 14.00 uur tot 17.00 uur
Locatie: Rapenburgerstraat 109 in Amsterdam
Spreker: Bart Giethoorn
Afsluiting: informele borrel met Oefenwebteam

Tijdens deze middag krijgt u de gelegenheid uw mening over onze producten en service te geven. Ook leggen we graag een aantal ideeën aan u voor over hoe we onze producten en service kunnen optimaliseren. Uiteraard krijgt u de mogelijkheid vragen te stellen, ons team te ontmoeten en een kijkje achter de schermen te nemen.

Leerkracht en fanatiek spelletjes-speler Bart Giethoorn komt de middag afsluiten met een workshop over gamification en het onderwijs, zodat we de middag enthousiast en geïnspireerd afsluiten. Na afloop is er nog gelegenheid om met ons team een drankje te drinken.

Interview met Marthe Straatemeier

Kennisnet is voor leerkrachten en scholen in Nederland een bekend adviseur op het gebied van onderwijs en ict. Twee van hun experts, Frans Schouwenburg (onderwijsvernieuwing) en Michael van Wetering (innovatie en ict-infrastructuur) praten met onze directeur, Marthe Straatemeier, over Oefenweb, adaptief onderwijs en de ontwikkelingen op het gebied van leren, toetsen en monitoren met behulp van ict.

In de podcast van Kennisnet, vertelt Marthe onder andere over de enorme niveauverschillen binnen een klas die terug te zien zijn in de data van Rekentuin en de uitdagingen die dit met zich meebrengt voor het onderwijs. Het differentiëren op drie niveaus is daarbij niet toereikend. Steeds meer scholen kiezen dan ook voor adaptieve leermiddelen om elk kind onderwijs op het eigen niveau te bieden. Daarbij spelen leerkrachten een sleutelrol in het bepalen welke kinderen behoefte hebben aan instructie en wat zij dan precies nodig hebben om een volgende stap te kunnen zetten in hun ontwikkeling.

kennisnet podcast Marthe

© Frans Schouwenburg

Voor Oefenweb geldt dat we sinds dit jaar Rekentuin hebben aangevuld met instructie. Omdat wij denken dat ook instructie op maat binnen een app of programma kinderen net een stapje verder kan helpen. Hierdoor blijft er tijd en ruimte over voor andere zaken.

Interessante vragen liggen er ook op het gebied van rapportages, toetsen en doelen. In de praktijk blijkt het vaak lastig om resultatenrapportages goed te interpreteren en is er behoefte aan een koppeling met heldere leerdoelen. Goed en veelvuldig meten is daarbij onmisbaar. Ook hierover vertelt Marthe in de podcast.

Ter afsluiting vragen de experts van Kennisnet naar de nieuwste blogserie van Oefenweb: Oefenweb, Onderwijs en Onderzoek. Marthe vertelt dat Oefenweb in deze reeks blogberichten het adaptieve systeem achter de online leeromgevingen inzichtelijk maakt. Wij vinden het belangrijk dat leerkrachten begrijpen hoe het systeem werkt, zodat zij het optimaal in kunnen zetten in de klas.

Adaptief op een unieke manier

Wij ontwikkelen online leeromgevingen voor adaptief onderwijs. Middels onze webapplicaties kunnen spelers vaardigheden als rekenen, taal en Engels oefenen op hun eigen niveau. Steeds meer onderwijsprogramma’s bevatten adaptieve onderdelen, maar hoe deze werken en de mate waarin ze adaptief zijn verschilt sterk. Hoog tijd dus om meer te vertellen over wat ons adaptieve systeem zo uniek maakt en wat dit betekent voor het onderwijs.

Adaptiviteit vereist kennis van spelers en opgaven
Ons adaptieve systeem is voortgekomen uit psychometrisch onderzoek 1 aan de Universiteit van Amsterdam. De kern van ons adaptieve systeem is het meetsysteem waarmee de ontwikkeling van kinderen gevolgd kan worden over tijd. Volgens ons kan een programma alleen echt adaptief zijn als het goed kan meten en meten de basis van het programma is. Hierbij is meten dus geen bijproduct van het oefenen met een programma, zoals wel bij sommige andere programma’s het geval is. Met goed meten bedoelen we niet enkel het meten van de vaardigheid van een speler maar ook precies meten hoe moeilijk opgaven zijn. Alleen dan kan je de meest optimale opgave kiezen op het juiste moment. Moet er dan meer getoetst worden? Nee, met de technologie van Oefenweb wordt het meten gecombineerd met oefenen. Spelers oefenen spelenderwijs op hun eigen niveau en tegelijkertijd wordt door de slimme technologie goed in kaart gebracht wat het niveau van de spelers en de moeilijkheid van de opgaven is. Zo kan de oefenstof aan elke speler worden aangepast.

Maar hoe werkt dit nu precies?
Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam hebben een adaptieve technologie ontwikkeld die gebaseerd is op het Elo-ratingsysteem uit de schaakwereld. Veel sporten en online games gebruiken een dergelijk ratingsysteem om spelers van gelijk niveau tegen elkaar te laten spelen. Het is immers niet leuk om een spel te spelen tegen een tegenstander die veel beter of slechter is.

adaptief oefenprogramma

Vernieuwend van de manier waarop wij deze adaptieve technologie inzetten is dat we het niet gebruiken om kinderen tegen elkaar, maar tegen opgaven te laten ‘spelen’. We matchen kinderen en opgaven aan elkaar, zodat ze nooit een te goede of slechte tegenstander hebben. Om dit te doen geven we zowel kinderen als opgaven een rating. Als een kind een opgave goed maakt, heeft het kind ‘gewonnen’ en stijgt het in rating. De opgave is kennelijk iets makkelijker dan eerst ingeschat dus deze ‘verliest’ en daalt in rating. Hiermee is de rating voor kinderen een indicatie van hun vaardigheid en voor opgaven een indicatie van de moeilijkheid. Dit zorgt ervoor dat het systeem zowel een juiste inschatting van de vaardigheid van een kind kan bepalen als van de moeilijkheid van een opgave. Hierdoor kan het systeem steeds opgaven kiezen die passen bij de rating (de vaardigheid) van het kind.

Het voordeel van deze techniek is dat het systeem continu meet en, in tegenstelling tot veel andere adaptieve programma’s, direct reageert op verandering. Real-time en na elke opgave worden de inschattingen van de vaardigheid van de speler en de moeilijkheid van de opgave bijgesteld. Het adaptieve systeem is daarmee zelf-organiserend: alle 280.000 spelers van onze leeromgevingen en de bijbehorende 60.000 opgaven krijgen vanzelf een plek op de ratingschaal, die elke keer dat ze spelen of gespeeld worden wordt geüpdatet. Omdat dit elke keer gebeurt, zijn instaptoetsen verleden tijd en oefent iedere speler, beginner of gevorderd, altijd op zijn of haar eigen niveau. Dit is een belangrijk verschil met sommige andere adaptieve oefenprogramma’s, waar het niveau maar één keer in de zoveel tijd op het kind wordt afgestemd. Bovendien zijn we door onze grote opgavensets geschikt voor spelers van alle niveaus. Elke speler maakt het merendeel van de opgaven goed, wat resulteert in een hoge succeservaring en motivatie. Met deze werking doet onze technologie niet onder voor de technologie van gerenommeerde toetsen en bieden we gebruikers een gedegen inzicht in het niveau van spelers en de moeilijkheid van opgaven.2 Bekijk ook onze explanimation waarin onze adaptieve technologie wordt uitgelegd.

Wat betekent dit voor het onderwijs?
adaptief systeem
Het zelf-organiserende systeem van Oefenweb biedt vele nieuwe mogelijkheden voor het onderwijs. Door de automatische ranking van opgaven op basis van de antwoorden van al onze spelers bepalen niet wij, maar al onze spelers samen de volgorde waarin opgaven worden aangeboden. Hierdoor sluit het beter aan bij de behoefte van de spelers dan men van te voren kan bedenken. Het systeem werkt methode-onafhankelijk en kan dus naast elke lesmethode gebruikt worden. Daarnaast leren we ook veel over wat kinderen echt moeilijk of makkelijk vinden. Nog niet eerder is er in Nederland op zo’n grote schaal de moeilijkheidsschattingen van reken-, taal- en Engelse opgaven (60.000) in kaart gebracht met behulp van psychometrie.

Het systeem maakt het bovendien eenvoudig mogelijk nieuwe opgaven en spellen toe te voegen zonder de moeilijkheid hiervan vooraf te testen. Hiermee vormt deze technologie de basis voor goedkopere en meer gebruiksvriendelijke adaptieve programma’s. En dat is een mooie ontwikkeling voor kinderen over de hele wereld. Want leren op je eigen niveau is niet alleen efficiënter, maar ook leuker en uitdagender!


1: Psychometrie is de wetenschap die zich bezighoudt met het meten van psychologische eigenschappen, waaronder vaardigheden als rekenen en taal.

2: Klinkenberg, S., Straatemeier, M., & Van der Maas, H. L. J. (2011). Computer adaptive practice of maths ability using a new item response model for on the fly ability and difficulty estimation. Computers & Education, 57, 1813-1824.

ABBAS-prijs voor Oefenwebdirecteur Marthe

Het proefschrift van onze directeur Marthe Straatemeier, dat gaat over de ontwikkeling van Rekentuin, is in de prijzen gevallen!

abbas-prijs voor marthe straatemeierZoals jullie misschien wel weten is Rekentuin voortgekomen uit het promotieonderzoek van Marthe. In april 2014 is zij gepromoveerd op het onderzoek omtrent Rekentuin met haar proefschrift: Math Garden: A new educational and scientific instrument. Vrijdag 4 december 2015 heeft Marthe voor haar proefschrift de ABBAS-prijs in ontvangst genomen.

Proefschrift over Rekentuin zeer goed volgens het ABBAS fonds
Het ABBAS fonds heeft tot doel om onderzoek en ontwikkeling van psychologische instrumenten te bevorderen. De ABBAS-prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan een proefschrift dat hierin uitblinkt. De beoordelingscommissie, bestaande uit experts op het gebied van testontwikkeling, beoordeelt proefschriften op de mate waarin het testontwikkeling bevordert, de excellentie van het werk, de innovativiteit en de maatschappelijke relevantie. De jury oordeelde dat het proefschrift van Marthe op al deze punten zeer goed scoorde.

Dat de ontwikkeling van Rekentuin relevant is voor de onderwijspraktijk is iets wat wij dagelijks ervaren. Dat zien wij aan de grote hoeveelheid sommen die dagelijks worden gemaakt in onze applicaties maar ook aan de positieve reacties van onze gebruikers. Met deze prijs geven experts uit het onderzoeksveld erkenning voor het gedegen adaptieve meetsysteem achter Rekentuin.

Wat maakt de gedegen methodiek van Rekentuin bijzonder?
Ons meetsysteem is voortgekomen uit psychometrisch onderzoek, ofwel onderzoek naar hoe we de vaardigheid van kinderen kunnen meten. Enkel door goed te kunnen meten waar kinderen staan, is het ook mogelijk om kinderen echt op hun eigen niveau te laten oefenen. In Rekentuin is het meetsysteem dan ook de kern van het programma. Dit is precies wat Rekentuin uniek maakt in de onderwijswereld.

Wat het Oefenwebteam betreft toont deze prijs opnieuw aan welke uitzonderlijke bijdrage Marthe heeft geleverd met haar onderzoek en de ontwikkeling van Rekentuin aan de onderwijs- en onderzoekswereld. Langs deze weg willen wij Marthe van harte feliciteren met haar prijs!

Oefenweb on Tour Heerenveen

Oefenweb on Tour Heerenveen

Woensdagmiddag 18 november is Oefenweb on Tour op locatie in Heerenveen! Tijdens deze middag kunt u gratis en vrijblijvend onze informatiebijeenkomst, Oefenwebworkshop en informatiemarkt bijwonen.

 

 

Agenda voor woensdag 18 november

 

Locatie en bereikbaarheid
On Tour Heerenveen vindt plaats op de volgende locatie:

E-Lab, CLC
Van Leeuwenhoekweg 10
8451CN Oudeschoot

 

 

 

We hopen u woensdagmiddag 18 november te verwelkomen in Heerenveen.

Oefenweb on Tour delft

Oefenweb on Tour Delft

Woensdagmiddag 11 november is Oefenweb on Tour op locatie in Delft! Tijdens deze middag kunt u gratis en vrijblijvend onze informatiebijeenkomst, Oefenwebworkshop en informatiemarkt bijwonen.

 

 

Agenda voor woensdag 11 november

Locatie en bereikbaarheid
On Tour Delft vindt plaats op de volgende locatie:

Delftstede
Adres: Phoenixstraat 66, 2611 AM Delft

 

 

 

We hopen u woensdagmiddag 11 november te verwelkomen in Delft.