Typevaardigheid komt voort uit twee afzonderlijke ontwikkelingsprocessen

08 maart 2016 Chris Lagewaard Publicaties, Studies / onderzoeken

Twee processen ten grondslag aan de ontwikkeling van typevaardigheid

Tracing the development of typewriting skills in an adaptive e-learning environment.
van den Bergh, Hofman, Schmittmann & van der Maas (2015)

Onderzoekers van Universiteit Twente en de Universiteit van Amsterdam hebben onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van typevaardigheid van kinderen. Dit onderzoek hebben ze gedaan met behulp van de data uit Typetuin. Met dit onderzoek is aangetoond dat typevaardigheid bestaat uit twee verschillende ontwikkelingsprocessen, waarbij de een minder oefening vereist dan de andere. Dankzij de data van Typetuin is deze afzonderlijke ontwikkeling voor het eerst aangetoond.

Wanneer een kind begint met typen moet het twee belangrijke vaardigheden leren: de motorische vaardigheid om snel en gecontroleerd de juiste toetsen te gebruiken en de cognitieve vaardigheid om de betekenis van woorden en zinnen te begrijpen. Eerder onderzoek toont aan dat deze twee processen ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van typevaardigheid (Shaffer, 1976; Rumelhart & Norman, 1982; Salthouse, 1986; John, 1996; Wu & Liu, 2008). Dit werd vastgesteld door de typevaardigheid van beginners en experts te vergelijken. Door het systeem van Typetuin is het voor het eerst mogelijk de ontwikkeling van typevaardigheden binnen personen te volgen.

De onderzoekers hebben gekeken naar hoe de twee vaardigheden bijdragen aan de ontwikkeling van typevaardigheid van kinderen. Daarnaast is gekeken naar hoeveel oefening nodig is om beide vaardigheden volledig te ontwikkelen en daarmee welke van deze vaardigheden het minste oefening nodig heeft.

typevaardigheidData van 62 kinderen die oefenen in Typetuin is gebruikt voor het onderzoek. Er is gekeken naar het eerste spel in Typetuin, waar de kinderen oefenen met de binnenste 8 toetsen van het toetsenbord (asdfjkl;). In dit spel typen kinderen reeksen (niet-woorden) met dezelfde letters of afwisselende (bijvoorbeeld fff of afa) en ook echte woorden (bijvoorbeeld als). Door het typen van een herhaling van dezelfde letters te vergelijken met het typen van andere letters kan de ontwikkeling van de motorische vaardigheden onderzocht worden. De vergelijking van woorden met non-woorden verschaft inzicht in de ontwikkeling van de cognitieve vaardigheid. Uit de resultaten blijkt dat kinderen de motorische vaardigheid om de juiste toetsen te gebruiken eerder onder de knie hebben dan de cognitieve vaardigheid om de betekenis van woorden te begrijpen. Hiermee tonen de onderzoekers niet alleen aan dat er twee type vaardigheden nodig zijn om te leren typen maar ook dat de vaardigheden zich apart van elkaar ontwikkelen. De motorische vaardigheid, welke verantwoordelijk is voor de associatie tussen toetsen en vingerbewegingen, ligt aan de basis van typevaardigheid. De cognitieve vaardigheid waarmee de associaties tussen woorden en letters worden gemaakt, is nodig om beter en sneller te kunnen typen.

Ten slotte liet het onderzoek ook zien dat de leercurve erg verschillend was tussen de kinderen. Dit benadrukt de waarde van een adaptief oefenprogramma, zoals Typetuin, waarbij kinderen zich op hun eigen niveau en eigen tempo kunnen ontwikkelen. Voor ons zijn dit bijzondere resultaten. Aan de ene kant pleit het voor het gebruik van een adaptief programma als Typetuin. Aan de andere kant is dit onderzoek tot stand gekomen dankzij de anonieme data van Typetuin. We vinden het dan ook opmerkelijk en verheugend dat Typetuin zowel kinderen helpt in het leren typen en daarnaast kan dienen als bron van wetenschappelijk onderzoek.


Referenties

van den Bergh, M., Hofman, A. D., Schmittmann, V. D., & van der Maas, H. L. (2015). Tracing the development of typewriting skills in an adaptive e-learning environment. Perceptual & Motor Skills, 121(3), 727-745.

John, B. (1996) TYPIST: a theory of performance in skilled typing. Human–Computer
Interaction, 11, 321-355.

Rumelhart, D. E., & Norman, D. A. (1982) Simulating a skilled typist: a study of skilled
cognitive–motor performance. Cognitive Science, 6, 1-36.

Salthouse, T. A. (1986) Perceptual, cognitive, and motoric aspects of transcription typ-
ing. Psychological Bulletin, 99, 303-319.

Shaffer, L. H. (1976) Intention and performance. Psychological Review, 83, 375-393.

Wu, C., & Liu, Y. (2008) Queuing network modeling of transcription
actions on Computer–Human Interaction, 15, 1-45.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van ontwikkelingen bij Oefenweb? Schrijf u in voor de nieuwsbrief.